Regionaal klierherval na halsklierevidement en adjuvante radiotherapie bij hoofd- en halskanker
Cloet Camille, 2025
Maatschappelijke meerwaarde en impact
Hoofd- en halskanker, en meer specifiek het spinocellulair carcinoom in deze regio, is wereldwijd de zevende meest voorkomende vorm van kanker. Jaarlijks worden er ongeveer 890.000 nieuwe gevallen vastgesteld en zijn er ongeveer 450.000 sterfgevallen als gevolg van deze ziekte. In 2021 werden in België 2.788 nieuwe gevallen van deze kanker geregistreerd. Het is daarom van groot belang de behandelingsmethoden voor hoofd- en halskanker te verbeteren, om zo de overlevingskansen te verhogen, het risico op terugkeer van de tumor (herval) te verkleinen, en de bijwerkingen van de behandeling te minimaliseren.
Het onderzoek in deze masterproef richt zich op de effectiviteit van een lagere bestralingsdosis voor de postoperatieve bestraling van patiënten met deze kanker. De focus ligt op de halsregio met voor de chirurgie tumoraal aangetaste lymfeklieren, waarbij postoperatief een lagere dosis bestraling werd gegeven dan voorgeschreven in de richtlijnen. De resultaten kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandelingsrichtlijnen met een lagere toxiciteit en minder bijwerkingen, wat zou kunnen leiden tot een betere levenskwaliteit voor de patiënt.
Populariserende samenvatting van het onderzoek
In dit onderzoek is de postoperatieve behandeling van het spinocellulair carcinoom in de hoofd- en halsregio bestudeerd, met de nadruk op de effectiviteit van een lagere bestralingsdosis ter hoogte van de halsregio waar vóór de chirurgie aangetaste lymfeklieren zaten.
Een tumor kan zich verder verspreiden naar omliggende weefsels (invasie) en naar de lymfeklieren (regionaal lymfatische verspreiding), in een latere fase kan de kanker uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam (metastase). Na de diagnose bepalen artsen welke behandelingen het meest geschikt zijn, afhankelijk van de kenmerken van de kanker en de gezondheid en voorkeur van de patiënt. Er zijn verschillende behandelingsopties beschikbaar, variërend van lokale behandelingen zoals het operatief verwijderen of bestralen van de kanker (radiotherapie), tot meer algemene behandelingen zoals chemotherapie en immunotherapie, die een invloed hebben op het hele lichaam.
De behandeling voor verder gevorderde kanker in de hoofd- en halsregio kan een combinatie van chirurgie en (chemo)radiotherapie omvatten. Na de operatie, waarbij de primaire tumor en lymfeklieren worden verwijderd, volgt de radiotherapie. Hiervoor worden verschillende regio’s ingetekend, die elk een verschillende dosis van de bestraling zullen ontvangen. De regio waar de primaire tumor zich bevond, ontvangt een hogere bestralingsdosis dan de preventieve dosis die aan één of beide zijden van de hals wordt gegeven. De preventieve dosis ter hoogte van de hals is bedoeld om het risico op terugkeer van de kanker te verkleinen. Vervolgens is er de regio waar vóór de operatie aangetaste lymfeklieren aanwezig waren. Terwijl internationale richtlijnen een dosis van 60 of 66 Gy (afhankelijk van de aanwezige risicofactoren) aanbevelen voor de bestraling van deze regio, hanteert het Universitair Ziekenhuis van Gent (UZ Gent) een lagere dosis van 50 Gy. Dit kan leiden tot minder bijwerkingen, maar het risico op herval kan toenemen.
Het doel van deze studie was te onderzoeken of patiënten in het UZ Gent, die dus met een lagere dosis zijn behandeld, een gelijkaardig percentage terugkeer van de kanker vertoonden in deze regio in vergelijking met patiënten uit andere studies die een hogere dosis kregen.
De resultaten van dit onderzoek zijn van belang voor het optimaliseren van behandelprotocollen en het waarborgen van een betere levenskwaliteit voor patiënten met een tumor van de hoofd- en halsregio.
| Promotor | Sarah Deschuymer |
| Opleiding | Geneeskunde |
| Domein | Oncologie |
| Kernwoorden | hoofd- en halskanker radiotherapie |